Het dossier dient als sluitstuk en probeert nog gewichtig te zijn door een vormanalyse van de filmwestern te presenteren, de inspiratiebron voor Giraud. Met een tekort aan bevestigende afbeeldingen is het resultaat maar povertjes. Je wil zo snel mogelijk het lezen aanvangen met OK Corral, Dust én Apachen. Bijzonder om dat laatste deel/boek (de synthese van de Indianenkroniek in de Mister Blueberry-cyclus) te lezen wanneer je net Dust achter de kiezen hebt. Over OK Corral: Aargh. Het wordt nu wel echt te gek. Wederom laat Giraud ons op het einde wachten tot het ‘moment suprême’. De opbouw naar de climax is er, maar de climax zelf -de ultieme confrontatie tussen de Earps en de Clantons- wordt steeds uitgesteld. Hoewel dit slechts een subplot is. Want uiteindelijk moeten we nog steeds de opgebouwde relatie tussen Blueberry en Geronimo ontrafelen (dit keer geen verspringingen van het heden naar het verleden), de verdwijning van Doree ophelderen. De geestelijke beurs blijft rijkgevuld in dit vierde deel van de Mister Blueberry-cyclus. Waar het jammerlijk misloopt, is Girauds stijlvermenging. Hij kan zichzelf niet meer in bedwang houden en laat ongepaste Moebius-trekjes zijn tekeningen insluipen, wat trouwens al lichtjes gebeurde in het voorgaande deel, waardoor sommige figuren te karikaturaal overkomen (je zou bijna de hoofdfiguur uit De zottin van de Sacré Coeur kunnen herkennen in de eigenaar van de Dunhill-saloon). OK Corral is een superspannend, weldoordacht verhaal, maar Giraud moet oppassen dat hij niet ontspoort. Dat zou zonde zijn. Over Dust: je hoeft niet in het spreekwoordelijke artistieke stof te bijten wanneer je Giraud heet. Met een ogenschijnlijk gemak overklast deze oudgediende de jonge garde door in het vijfde deel van de Mister Blueberry-cyclus het imponerende verhaal van het vuurgevecht bij de OK Corral met historische figuren als Wyatt Earp en Doc Holliday (en zelfs Geronimo) in schoonheid af te ronden. Natuurlijk vervloekten menige lezers de langdradigheid waarmee Giraud ons ettelijke albums aan het lijntje hield. En evenzeer verweten we hem het systematisch laten insluipen van Moebius’ (Girauds alter ego) elementen in de tekeningen. Dust heeft daar beduidend minder last van. Giraud beheerst terug zijn realistische techniek en laat de losse Moebius’ stijl die in OK Corral de kop opstak achterwege. Hoewel hij krampachtig nieuwe elementen toevoegt aan het verhaal (de zoon van Geronimo), beschouw ze eerder als verlengingen na een spannende cup-match: de kers op de taart met een team op zoek naar de winning goal. Had Giraud eenvoudigweg enkele extra pagina’s bijverzonnen om het verhaal te kunnen opsplitsen in twee delen, dan leek dit slechts een commerciële truc. Girauds professionalisme breit er gelukkig een einde aan. In schoonheid welteverstaan. Over Apachen: gezegend de gelukkigen die geen weet hebben van Geronimo’s voorgeschiedenis. Frustrerend wanneer je maagdelijk tracht deze herkauwing van het indianenepos uit de Mister Blueberry-cyclus te observeren. Voortdurend wil je teruggrijpen naar de bron om de veranderingen te analyseren. Lees je echter onbevlekt, dan krijg je een aangenaam, politiek correct thrillerverhaal dat een beetje het heroïsche dronkemanskarakter van Blueberry blootlegt. Deze samenstelling toont echter ook wat je voorheen reeds concludeerde, nl dat deze Geronimo-Dust-verbinding het zwakste nevenverhaal was uit die befaamde cyclus. Wat de driehoeksvertelling toen zo sterk maakte (de filmische enscènering door een parallelle weergave van de pokerende Blueberry, de gunfight at the OK Corral en de Apaches), valt hier weg door de rechtlijnige weergave. Enerzijds is het knap van Giraud dat door een nieuwe montage een op zichzelf staand verhaal tevoorschijn komt, anderzijds verlang je naar extra spanningsvelden om als Blueberry-liefhebber verrast te worden. Voor de leek meer dan oké. Voor de kenner ontoereikend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *