Over De Meesters van de Donder: een taai begin. Kresse maakt van de dialogen monologen waardoor alles zwaar op de maag ligt en de actie voortdurend afgeremd wordt. Het plaatje Indiaanse cultuur wordt hier op een realistische wijze werkelijk in beelden omgezet, de grens met het didactische is dun. Kresse bewijst eens te meer de Nederlandse Hal Foster te zijn. Elk vakje apart heeft een dynamische compositie. Een klasse-artiest. Over De kinderen van de Wind: als dit een ‘gewone’ Kresse is, staat er geen maat op. Een fantastisch realisme van een artiest die weet hoe mensen te portretteren. Deze Indianenreeks wijkt af van de traditionele western. Niet zo maar cowboys die het onontgonnen Westen veroveren, wel de overlevingstochten en -instincten van volkeren die op een primitieve manier trachten te overleven. Met dimtaal centraal: de intrede van het paard. Over De gezellen van het kwaad: verliefdheid, jaloezie, afgunst, trots, boosheid, allemaal moderne, menselijke kenmerken die ook in De gezellen van het kwaad binnen de indianenstam de kop opsteken. Gestroomlijnd leest de strip niet, maar dit is o zo indrukwekkend getekend. Hoe Kresse op plaat 4 het dorp karakteriseert met de dansende figuren, het bewonderen van het paard, al de bedrijvigheid. Knap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *