Wow, een dossier dat meer is dan alleen maar de inhoud bespreken van de hierin opgenomen albums. Capart en Dejasse graven diep en stellen een stuk van Joseph Gillians ziel bloot. Een uitstekende inkijk in het leven van een invloedrijk strippionier. Gewoon al schitterend, de drie aankondigingsstroken (pagina 18). Bovendien optimaal weergegeven door in zwartwit te drukken. Over Wapensmokkel: Jerry gelooft te veel in de goedheid van de mens, 500 naaimachines de grens over brengen, als dat maar goed afloopt. Getekend in 1955 (ongeveer 4 jaar voordat Studio Vandersteen aan hun realistische De Rode Ridder begint) en wat een kracht en souplesse vind je hierin terug. Elegante schoonheid met oog voor detail, veelvuldig gebruik van inkt, Jijé laat het zwarte goedje rijkelijk vloeien. Het verhaal zelf is avontuurlijk met Jerry die steeds van de regen in de drop belandt. Over Indianen op het oorlogspad: een stevige thriller waarbij aan beide kampen (zowel bij de Indianen als bij de blanken) telkens criminelen zitten die elke situatie ter hunner gunste trachten uit te buiten. Met Jerry Spring daar tussenin. Naast de actie is er ook ruimte voor humor in de gedaante van de gezapige Pancho. Over Het pad naar het Hoge Noorden: gelukkig dat Jerry Spring zo rechtschapen is en alsnog het lot van de man wil veranderen. Wat volgt is een achtervolgingsstrip met de zoektocht naar de ware daders. In 24 bladzijden is Jijé kort en krachtig. En over Het goud van de Oude Lender: een verhaal van Goscinny, vrijelijk geïnterpreteerd door Jijé. Jerry en Sancho in een whodunit. Wie is de schuldige die het gemunt heeft op Oude Lenders goed? Weer een extra surplus in deze bundel: een afgedrukte scenariopagina van Goscinny.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *