Het dossier graaft in het productieproces van Palacios. Voor bibliofielen ongetwijfeld interessant, alleen vergeet de uitgever te beklemtonen waarom Palacios net zo geweldig is. Over de kane sisters: een uitzonderlijke kijkwestern. Hoe Palacios speelt met camerastandpunten, het inzoomen, de long-halfshots, close-ups en extreme close-ups, dat in een realistische karaktervolle stijl. Het westen ten tijde van Mac Coy is echt wild, dat merk je ook aan degenen die geslachtofferd worden in dit vierde deel. Gourmelen en Palacios hakken er op in en laten zelfs de nieuwe protagonistes in het stof bijten. Hoewel Gourmelens scenario niet altijd even boeiend is, de kracht van de reeks zit hem vooral in dat visuele spektakel aangeboden door Palacios, een artiest met een zeer expliciete, unieke stijl. Over comanchero’s: Met psychedelische kleuren (platen zes en zeven, acht en negen) kijk je naar een geestesverruimende nachtelijke trip. Daarna volgen sublieme saloonscènes (16-17 en de rest). Het bijzondere aan Mac Coy is dat je niet kan inschatten de sérieux waarmee Palacios en Gourmelen de reeks invulden. Is dit nu halfkomisch om te lachen of proberen ze het tragi-komische van Butch Cassidy and the Sundance Kid te evoceren? Geniet van de sublieme regenscènes achterin (42-43).Wat een kijkspektakel. Over de witte dood: Palacios en Gourmelen tonen een écht Wild Westen, zonder lyrische verheerlijkingen die het avontuurlijke ongebreideld ophemelen. To live and let die, en dat de sterksten overheersen, is ook niet altijd van toepassing. Soms eens in het stof bijten en je afwezig opstellen. Mac Coy de strip is gestoord, wreed, onwaarschijnlijk en net daarom zo echt. De scheidingslijn tussen goed en kwaad is flinterdun.

7,5/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *