Wat als er in een wereld waarin de orde centraal staat, alles netjes afgebakend en geregulariseerd, een verschijnsel opduikt dat het (totalitaire) regime stelselmatig begint te ondermijnen en er chaos ontstaat? Schuiten en Peeters halen een uit het niets verschijnende kubus als katalysator tevoorschijn die even snelt weer verdwijnt als dat deze plotsklaps deel van het dagelijkse leven zal uitmaken. Is het een verdoken aanklacht tegen totalitaire regimes waar controle over het volk heerst en de architectuur de grandeur van de macht verder moet uitstralen, de monumentale gebouwen onderdrukken gewichtig het gepeupel. Een destabilisatie vindt plaats, het harmonieuze, opgelegde evenwicht verdwijnt eens de linker- met de rechteroever verbonden wordt en iedereen vrijelijk de watergrens kunnen oversteken. Sukkelaar Robick wordt gedwongen in een rol die hij niet wil spelen, noch kan begrijpen. In eerste instantie doet hij nog pogingen om dit surreële verschijnsel te kunnen vatten. Hij zit wel tussen twee vuren, de intelligentsia acht hem verantwoordelijk, de ‘bevrijders’ beschouwen hem als een heiland. De gevoelloze, rationele man weet niet hoe relationeel Sophie te beantwoorden, noch op de openbaringen die zijn blik op de wereld zullen verbreden. Het is een bizarre reis die je mee ondergaat, ze is kil en afstandelijk met een nog even abstracte verwoording via de architectonische beelden. Vernieuwend toen het vijfendertig jaar geleden verscheen, blijft De koorts van Urbicande nog even fascinerend en zelfs ongrijpbaar, net als dat Robick hunkert naar de terugkeer van het object dat zijn leven volledig omkeerde. De kleurenversie brengt extra sfeer en zorgt misschien voor nieuwe lezers, toch hunker je naar het lineaire zwartwitspel. Een herlezing van de originele dringt zich op.
22-01-2021

8/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *