Over Gauguin en Van Gogh: twee schildervrienden die elkaar behoorlijk vaak in de haren vliegen, vertrekken samen op hun laatste reis. Matena vult stukjes uit het leven van de artiesten in met beiden hun eigenzinnige karakter waarbij vooral de getormenteerde Van Gogh het moet ontgelden. Was er die homo-erotische relatie (in het hoofd van Vincent) tussen de twee en heeft Van Gogh dat nooit kunnen loslaten? Altijd origineel, zo’n veronderstelling, maakt dit de tragedie rond Van Goghs lijden aannemelijk? Neen. Over Sartre en Hemingway: het allegaartje van bekende kunstenaars wordt op een hoopje gegooid om een tragische liefdesgeschiedenis kracht bij te zetten. Het onschuldige poppetje waar één der protagonisten zo verliefd op is terwijl zijn volledig in de ban is van haar mensonterende pooier, eentje waar ze zich onmogelijk van kan losrukken. Hoe dynamisch Matena ook tekent, door steeds te focussen op de gezichten, wordt het net statisch waardoor het lijkt alsof je een uitgebeeld theaterstuk zit te bekijken. En dat verveelt natuurlijk na verloop van tijd. Over Mozart & Casanova: in hetzelfde bedje ziek als de twee vrij geïmproviseerde biografieën van Matena. Nu met de duivelse interventies waarbij de gevallen engel de plaats en de ziel zal innemen van het geschifte genie dat Mozart was. Leuk, elk fait divers, maar alles is zo theatraal en statisch verteld dat je naar marionetpoppetjes zit te kijken die opgeplakte dialogen declameren. Zo, nu weet je tenminste waar de inspiratie voor Don Giovanni vandaan kwam. Waar je als lezer wel vooral mee begaan bent: hoe verging het Casanova’s ziel na Mozarts vroege dood?
15-03-2021

6,5/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *