Een sympathiek familiedossiertje waarbij Ronald Grossey herinneringen ophaalt aan de zijde van twee dochters van Pom. Iedereen wil telkens een bevestiging van Poms norse, weerbarstige karakter. Helaas werden zijn strips daar niet beter door, integendeel, door zijn koppigheid werd Piet Pienter en Bert Bibber één repetitieve herhalingsfabriek die nooit mee-evolueerde. Over deel 18: of is het maar een stom toeval dat net Bert Bibber de microfilm in handen krijgt? Vanzelfsprekend, zoals dat alleen in strips kan. Theo Flitser is de romanticus van dienst die het hart van Susan wil veroveren. Bert ziet groen van jaloezie en doet alles om in de gunst te komen van zijn vriendin. De DAR, de Duitse ArbeidersRepubliek, heeft haar zinnen gezet op al die info om atoombommen te maken. De Koude Oorlog is niet ver. Enkel een echt manwijf kan Susan tot bedaren brengen! Het tribunaal waar Piet en Bert berecht worden, is wel bijster origineel. Een creatieve tolk lost het zaakje op, niet echt ten goede van de helden. Terwijl veel tekenaars gebruikmaken van rasters om reliëf in de tekeningen te brengen, doet Pom dat op zijn eigengereide wijze met streepjes, véél streepjes. Over deel 19: een holderdebolder achter de (gestolen) feiten aanlopend verhaal met Piet en Bert steeds in de weer (in gezelschap van de even heldhaftige Susan) om hun vriend met hand en tand bij te staan. Professor Kumulus laat zich de nieuwe verzameling nogal makkelijk ontvreemden, terwijl de boeven even slapstickgewijs hun kansen voortdurend de grond in boren. Alle tegenslagen zijn zo vanzelfsprekend dat het ongeloofwaardig wordt. Pom tekent vlak met weinig perspectief. Wel bewonderenswaardig is diens minutieuze arceertechniek. Consequent, dat is-ie wél! Over deel 20: uit 1963 en om maar te beklemtonen dat Pom zelf een sterke ondernemende vrouw die steeds het heft in eigen handen neemt en zelfs een paleisrevolutie in de kiem weet te smoren, als hoofdpersonage opvoert. En dat terwijl Piet Pienter en Bert Bibber als echte snullen steeds in de val lopen en zich in de luren laten leggen. Was madam Pheip gewichtig en bombastisch, Susan is subtiel en weet haar charmes bij tijds goed uit te spelen. Over deel 21: nog nooit een Piet Pienter en Bert Bibber gelezen, dan lijkt dit origineel en fris. Tenzij je zou vergelijken met Jommeke want ook daar gebeurt vaak hetzelfde: de quasi gekke professor wiens uitvinding ofwel schade aanricht ofwel zo’n impact heeft op anderen dat deze het apparaat of verrassende goedje willen stelen. Helaas, heb je al eerder een boek van Pom vastgehad, merk je behoorlijk wat repeterende parallellen. In dit eenentwintigste is het helaas niet anders. Bij Pom, het is niet al Straalgoud wat er inhoudelijk blinkt.
15-03-2021

6/10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *