Milan Hulsings Stad van klei afkraken omdat het grafisch een gedeeltelijke kopie is van een ander werk, klinkt zeer oneerbiedig. Wat Hulsing presteert op een bescheiden Nederlandstalige markt is gewaagd en toont een zeker internationaal potentieel. Dat de strip verscheen in een tijd dat Egypte een revolutionaire brandhaard was geworden met heel wat aanklachten tegen de op post zijnde regering en de daarbij gepaard gaande corruptie, is ‘commercieel’ mooi meegenomen. Hulsings intenties zijn oprechter dan dat. Want zou de strip zou eender waar in de wereld kunnen afspelen, op plekken waar het egoïsme en de hebzucht van de mens -dat steeds inherent aanwezig is- de kop opsteekt. In Rusland bijvoorbeeld! Waarom daar? Het lijkt onwaarschijnlijk dat Hulsing niet onder de indruk is van Rabaté’s monument Ibicus. Stilistisch leunt Hulsing zeer dicht aan bij de grafiek van voornoemde artiest en gek genoeg dobbert het verhaal ook inhoudelijk in eenzelfde poel ‘des verderfs’. De op- en ondergang van een opportunist en grabbelaar die zich verrijkt op de rug van anderen. Voor een leek is Stad van klei begrijpelijk een openbaring, met Hulsings vormelijke invulling als knap waagstuk. Leg je het echter naast dat grote meesterwerk van Rabaté, dan merk je het verschil. De waanzin die niet volledig tot uiting komt (al weet hij dat goed te scheiden via twee kleurpaletten), het soms haastig inconsequent anatomische dat in de klei blijft kleven. Laat dit niet ontmoedigen, Stad van Klei is meer dan het lezen waard, toch zeker nu de herdruk van Scratch enkele zeer interessante aanvullingen toevoegt!
07-04-2021

6,5/10

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *